Bezoekerscentrum Duinpanne haalt drempels weg

Duinpanne is een bezoekerscentrum van de provincie West-Vlaanderen. Je kan er bijleren over de natuur aan de kust, een wandeling maken in de duinentuin of gewoon iets gaan drinken in de bar. En na de herinrichting van de voorbije jaren is alles volledig toegankelijk, ook voor mensen met een beperkte mobiliteit. Centrumleider Emanuel Demey vertelt hoe dat in zijn werk is gegaan.

“Ons bezoekerscentrum ligt in de Panne, en onze voornaamste taak is natuureducatie. We willen mensen bijbrengen dat de zee meer is dan die enorme plas water waar je naast ligt te zonnen. Er gebeurt van alles onder en op het wateroppervlak, op het strand, in de duinen... In ons onthaalgedeelte staat een groot aquarium dat toont welke wezens je allemaal kan tegenkomen als je tot de knieën in het water staat. We hebben ook een grote betalende expo, ‘Sea Change’. En in onze duinentuin loopt een pad van 450 meter in verharde schelpenklei, dat je langs alle duinbiotopen leidt. Na afloop kan je een glas gaan drinken in onze bar. Die volgt de filosofie van het hele bezoekerscentrum: duurzaam, met streekeigen producten. We hebben bijvoorbeeld een eigen bier, met duindoornbessen.”

Binnen en buiten

“We zitten hier aan de kust, dus natuurlijk krijgen we veel toeristen over de vloer. Maar we mikken ook op scholen, tweedeverblijvers, lokale mensen… We ontvangen zo’n 90.000 bezoekers per jaar, en we willen dat die zich allemaal even welkom voelen.”

“Een paar jaar geleden hebben we besloten het bezoekerscentrum grondig aan te pakken. De verbouwing was klaar eind oktober 2018, het museale gedeelte is in augustus 2019 opengegaan. Van in het prille begin hebben we rekening gehouden met toegankelijkheid. De provincie zet daar sowieso op in, maar het sluit ook aan bij wat wij hier doen: zoveel mogelijk mensen warm maken voor het verhaal van de zee. We wilden – letterlijk en figuurlijk – geen drempels. Hier binnen in het gebouw, natuurlijk, maar ook buiten in de duinentuin.”

Iedereen gelijk

“We zijn uitgegaan van één belangrijk principe: geen aparte trajecten voor mensen met een beperking. Iedereen moet hetzelfde parcours kunnen volgen en van dezelfde diensten gebruik kunnen maken. In onze bar hadden we vroeger bijvoorbeeld trappen. Mensen met een beperkte mobiliteit moesten gebruikmaken van een smal gangetje met een helling. Dat zag er een beetje uit als een tunnel, helemaal niet aantrekkelijk. We hebben besloten dat helemaal om te gooien: trappen weg, en een hellend vlak in de plaats. Iedereen volgt nu hetzelfde parcours, en dat werkt prima. Het betekent natuurlijk wel dat je ruimte moet inleveren. We zijn van 96 naar 76 zitplaatsen gegaan, maar we hebben nu een bar die voor iedereen comfortabel toegankelijk is.”

“De gebouwendienst van de provincie heeft de plannen opgesteld, maar we hebben alles afgetoetst bij de Vlaamse toegankelijkheidsorganisatie Inter. Dat heeft heel nuttige tips opgeleverd. De balie en de tafels in de bar hebben we bijvoorbeeld onderrijdbaar gemaakt, zodat je met je rolstoel dicht genoeg kan komen. De leesteksten in de expo hangen op ooghoogte van rolstoelgebruikers, de touchscreens zijn toegankelijk voor iedereen… Voor de opening hebben we alles laten uittesten door mensen met een beperking.”

Nieuwe plannen

“Van Toerisme Vlaanderen hebben we het toegankelijkheidslabel A gekregen. In hun rapport stond ook wat we nog konden verbeteren. Daar gaan we zeker aan werken, want we willen graag het A+-label – dat krijg je alleen als je aan de strengste toegankelijkheidseisen voldoet.”

“En we zijn ook al bezig met nieuwe plannen: ons bezoekerscentrum en onze expo zo toegankelijk mogelijk maken voor mensen met een auditieve of visuele handicap. Onze publieksmedewerker gaat zich daar de volgende twee jaar over ontfermen, zodat ook die groep bezoekers zich hier van harte welkom voelt.”