Interview Toerisme Transformeert - Toerisme als positieve kracht in Vlaanderen en de wereld

Het traject Toerisme Transformeert dendert naar zijn eindbestemming, binnen enkele maanden landen de verzamelde inzichten en ideeën in een nota met een toekomstbeeld voor het toerisme in Vlaanderen. Het voorbije jaar werden er workshops en denkdagen georganiseerd. Mensen uit de toeristische sector werkten en dachten mee over de rol van toerisme in onze snel veranderende wereld. Ook werden er experten van buitenaf aan de tand gevoeld, op die manier werd er extra ‘food for thought’ verzameld om de juiste vragen te stellen als het over toekomstbeelden van toerisme gaat.

Elke Dens en Marianne Schapmans runnen respectievelijk de dienst bestemmingspromotie en vakantieparticipatie binnen Toerisme Vlaanderen. Ik ben benieuwd welke elementen zij meenemen op basis van hun ervaringen, welke ingrediënten zij in de kookpot steken voor de toekomst van het toerisme in Vlaanderen.

Met het project Vlaanderen Vakantieland zette Elke Dens een aantal jaren terug het wonder van vakantie in eigen land op de kaart: de Vlaming ontdekte dat hij niet naar het buitenland moest trekken voor een unieke vakantiebeleving. Intussen is ze afdelingshoofd Bestemmingspromotie en ligt haar focus op het buitenland. De bedoeling is om de troeven van Vlaanderen uit te spelen zodat reizigers er hun weg naartoe vinden en achteraf zelf promotie voeren in hun eigen kringen. Ze zet met haar dienst in op gerichte doelgroepenpromotie en gaat daarbij op zoek naar lokale gemeenschappen die zich rond bepaalde thema’s verbinden. Zo worden er bijvoorbeeld contacten gelegd met veteranengroepen in het buitenland, met het oog op bezoekers in de Westhoek. Of worden er netwerken rond musea gecontacteerd met de Vlaamse meesters in het achterhoofd.

Steunpunt vakantieparticipatie groeide onder de vleugels van Marianne Schapmans uit van een klein steunpunt tot een netwerk met meer dan 2200 partners. Het netwerk biedt vakantie aan aan mensen die op een of andere manier een drempel ervaren om op vakantie te kunnen. De impact is groot en positief op vele fronten. In de eerste plaats bij de vakantiegangers zelf, niet alleen wordt een stuk van hun waardigheid hersteld, vaak is de vakantie ook een soort hefboom voor verandering. Daarnaast weergalmt deze constructieve energie in het ganse netwerk en draagt de werking op die manier bij tot gemeenschapsopbouw. 

In essentie gaat het over ontmoeting

Wat is voor jullie de kracht van toerisme?

Marianne: Ik moet meteen denken aan een gesprek dat we hadden met Taleb Rifai van UNWTO (World Tourism Organisation). Hij zegt dat toerisme de kracht heeft om vrede in de wereld te brengen. Als reiziger leer je mensen kennen, kijk je anders naar de wereld en krijg je extra perspectieven aangereikt. (denkt even na) Ik zie nog een andere kracht: je zou kunnen zeggen dat toerisme veel genomen heeft van bestemmingen de voorbije jaren. Ik denk dat we nu op een moment gekomen om te kijken wat toerisme kan teruggeven aan de samenleving.

Elke: Ik zou zeggen dat de kracht van toerisme zit in het creëren van een bredere context voor mensen om los te komen van hun dagelijkse omgeving zodat er inzichten kunnen komen. Dat kan leiden tot een grotere openheid naar andere culturen toe en tot een grotere verdraagzaamheid. Tegelijk kunnen we er niet aan voorbij dat toerisme vandaag ook vaak een negatieve kracht is.

Je doelt op het beeld van toerisme als verwoestende machine?

Elke: (knikt) Dat komt natuurlijk omdat toerisme meer en meer gelijkgesteld is geworden met massatoerisme. Met dat massatoerisme bewegen we weg van de oorspronkelijke kracht van toerisme, namelijk uitwisseling en gastvrijheid. Kijk naar de gemiddelde toerist: die wil slapen in een hotel dat hij kent omdat hij er zich veilig voelt, hij vinkt een lijstje af van de must-sees en dat is het dan. Er heeft in dat geval geen echte uitwisseling plaatsgevonden.

Marianne: Binnen het netwerk Vakantieparticipatie zien we heel erg de andere kant van dat massatoerisme. In het microklimaat van vakantieparticipatie zien we net de zeer positieve effecten die reizen teweeg kunnen brengen omdat het vaak gaat om mensen die normaal gezien niet kunnen reizen. De oorspronkelijke kracht ervan komt op die manier bloot te liggen: de weldadigheid die het brengt om van setting te wisselen, de rijkdom om met mensen te praten die je niet in je dagelijkse omgeving hebt, etc.

Elke: Inderdaad, bij mensen die weinig op vakantie kunnen is dat effect groot en goed zichtbaar. Bij modale gezinnen die minstens een keer per jaar op verlof gaan en liefst ook nog op een kleine break in voor- en najaar, is dat heel anders. Op die manier wordt reizen een “commodity” zoals de Amerikaanse auteur Joe Pine zegt, het wordt iets gewoon, banaal zelfs.

Het wordt een goed in plaats van een beleving?

Marianne: Als het een beleving is die je deelt en waarover je reflecteert, dan doe je een ervaring op. Maar wanneer je gewoon een goed verbruikt, dan ben je niet meer dan een consument.

Jullie hebben een grote luisteroefening opgezet om te bevragen waar toerisme nu precies een verschil kan maken in het leven van mensen. Wat was daarin opvallend?

Marianne: We hebben 1 644 verhalen verzameld vertrekkend van de vraag: vertel over een toeristische ervaring die een verschil heeft gemaakt in je leven en die vandaag nog steeds doorwerkt. Waar daarbij heel erg opviel was het belang van ontmoeting en de kracht van de plek zelf. Er kwam ook naar voor dat de bestemming zelf een transformerende ervaring kan bieden, en dat reflectie erg belangrijk, de ervaring wordt meer waardevol door erover na te denken. Ook interessant: er werd een woordanalyse gedaan op de 1 644 verhalen, het woord luxe bleek geen enkele keer voor te komen.

Alles moet worden heruitgevonden

Hoe is het traject Toerisme Transformeert ontstaan binnen Toerisme Vlaanderen?

Marianne: Vanuit de vraag: waarom doen we wat we doen? Wat is het belang van ons werk? We wilden graag vertrekken van de positieve kracht van toerisme en daar een verhaal op bouwen.

Elke: De onderstroom voor Toerisme Transformeert zat wat mij betreft ook in het vredestoerisme dat we eerder hadden uitgebouwd. Voor de herdenking van WO1 hebben we een traject opgezet ter promotie van Flanders Fields. Daar hoorde een charter bij, Toerisme Plus, het werd opgesteld samen met de partners in de Westhoek. Daarin hebben we het niet over toeristen maar over bezoekers, mensen die naar een bepaalde site op bezoek gaan omdat er een van hun voorouders begraven ligt of omdat er een andere affiniteit is.

Marianne: Het vertrekpunt was dus om bezoekers verwelkomen om te herdenken, en niet om zoveel mogelijk geld te verdienen op zo kort mogelijke tijd.

Elke: We hebben sterk geïnvesteerd in de Westhoek voor dit project. Op zich zou dat vreemd kunnen lijken: het ligt immers ver buiten de driehoek van toeristische speerpunten met de kunststeden Gent/Brussel/Antwerpen. Vanuit die gedachten investeer je geen geld in het opknappen van het treurende ouderpaar van Käthe Kollwitz in Vladslo. We hebben het toch gedaan omdat we het belangrijk vinden dat alles wat hier honderd jaar geleden gebeurd is, kan blijven leven. We zetten dit kracht bij door vredes- of herinneringstoerisme.

Dus het gaat hier om toerisme niet enkel uit economisch gewin maar ook uit een zoeken naar zingeving?

Elke: Het educatieve is natuurlijk ook belangrijk. We hebben dit naar verschillende doelgroepen toe onderzocht en uitgebouwd. In Duitsland bijvoorbeeld ligt de oorlog bij de oudere generaties nog steeds gevoelig, zij zijn - anders dan bijvoorbeeld de Amerikanen - niet geïnteresseerd om de graven te komen bezoeken. Daar hebben we gewerkt met projecten naar scholieren toe en hebben we ondervonden dat de thema’s op die manier - via de jongeren - toch konden aangesneden worden in ruimere groepen. De jongeren nemen de verhalen en vragen mee naar huis terug.

Waarom was dit zo’n belangrijk project naar Toerisme Transformeert toe?

Elke: ‘Omdat we zagen hoe sterk de impact was, veel diepgaander dan citytrip-toerisme. We zijn begonnen met onderzoek naar deze nieuwe vorm van toerisme in 2012, in 2014 deden we investeringen, dit jaar ronden we het project af. We zien nu al dat het duurzaam in leven zal blijven.

Waarom de naam Toerisme Transformeert, het wekt de associatie dat het over innerlijk werk gaat?

Marianne: We vonden de dubbele betekenis sterk: toerisme zelf is aan het transformeren door alle evoluties en door de snelheid waarmee de dingen nu ontwikkelen. Maar het gaat inderdaad ook over transformatie, niet alleen van de reiziger maar ook van gastheer en bestemming.

Elke: Er is ook de bredere context. Zoals Jan Rotmans zegt: we leven niet in een tijdperk van verandering maar in een verandering van tijdperk. Alles moet herdacht worden.

Marianne: En we moeten ons afvragen: waar kunnen wij in dat alles een verschil maken?

Elke: Er kwam de laatste jaren een grote nadruk te liggen op draagkracht en capaciteit wanneer het over toerisme ging.

Marianne: Het beheersen van het kwade, zeg maar.

Elke: We vonden het vreselijk om toerisme vanuit die hoek te benaderen. We wilden werken vanuit het positieve. Zo kwamen we uit bij een groots opgezet project: Toerisme Transformeert. Om nog even terug te koppelen naar Joe Pine, hij zegt: na een economie van grondstoffen, volgde een economie van goederen, daarna van diensten, nu zitten we in een belevingseconomie met alle uitwassen van Disneyficatie die we zien. Waar we heen moeten, volgens Pine, is naar een transformatie-economie. Dat betekent dat mensen niet alleen op zoek gaan naar een beleving maar dat ze willen getransformeerd worden: ze zoeken naar een diepere betekenis, naar zingeving.

Anna Pollock drukt op dit vlak haar zorg uit: als de notie transformatie in handen komt van marketeers, dan wordt het terug een commodity, en verliest het een groot stuk van zijn intrinsieke waarde?

Elke: Er steekt een businessmodel achter wat Joe Pine zegt, dat klopt, maar daar is niets mis mee. Je moet ervoor zorgen dat iemand een koffie krijgt maar ook dat iemand een inzicht krijgt samen met die koffie.

Marianne: Ik denk dat er hier verschillende evoluties samenkomen: mensen kijken voorbij de Disneyficatie en zoeken naar echtheid voorbij de gecontamineerde term ‘authenticiteit’.  Zodra woorden ‘gepakt’ worden door de marketeers moeten we op zoek naar nieuwe woorden en een eerlijke invulling ervan. Ik vrees inderdaad dat dit ook met “transformatie” aan de hand is. 

Anna Pollock gaat nog een stuk verder door de notie van florerende bestemming te lanceren. 

Marianne: (knikt) De vaststelling vandaag is dat toerisme in verandering is, zowel de mensen als de bestemmingen, het antwoord daarop kan de notie van florerende bestemming zijn. Het gaat daarbij niet langer alleen om de economie maar ook om alle betrokkenen en hoe die allen beter worden van toerisme.

Elke: Er is de trend die zegt: de toerist transformeert of wil transformatie. Wij trekken het breder en zeggen: ook de bestemming en de gastheer transformeert. En dat kan pas, zoals Anna zegt, door op een totaal andere manier naar toerisme te kijken dan binnen de contouren van het huidige - kapitalistische - paradigma. Dit vergt een grote mentale inspanning.

Geen toeristen maar reizigers

Het traject is nu iets meer dan een jaar aan de gang. Wat zijn voor jullie de grote eye-openers?

Elke: Dat het sneller gaat dan we dachten, de geesten rijpen snel.

Marianne: Voor mij is het grote inzicht: het zal niet voldoende zijn om wat te prutsen in de marge. We hebben fundamentele veranderingen nodig. De snelheid waarmee de dingen evolueren maken dat de crash al bijna zichtbaar is.

Een van de gasten in het traject was de Amerikaanse academicus Gervase Bushe, wat bedoelt hij als hij spreekt over een generative image?

Marianne: Zijn expertise ligt op leiderschap en organisatie-ontwikkeling. Met een generatief beeld bedoelt hij een toekomstbeeld waarmee we op pad kunnen, een beeld dat dingen in beweging zet. Volgens hem gaat het daarbij niet om een definitie met onderdelen die je kan afvinken, maar eerder om een beeld waarbinnen je kan experimenteren. Dat lijkt mij een zeer waardevolle notie gekoppeld aan het idee van de florerende bestemming. Het gaat immers telkens over een andere plek waar toerisme moet herdacht worden, er zal telkens lokaal moeten onderzocht en geëxperimenteerd worden, elke keer met alle betrokkenen.

Een generatief beeld is dus geen vast beeld maar iets dat beweeglijk is?

Marianne: Een generatief beeld geeft een stuk houvast in tijden van snelle verandering. Het maakt ook dat mensen vanuit verschillende insteken kunnen meewerken. Je hebt immers altijd mensen die snel mee springen in verandering maar ook anderen die eerder afwachtend zijn tot het ding vorm krijgt en dan evalueren of ze mee springen of niet. Een generatief beeld is wervend en toekomstgericht, mensen kunnen er iets mee, tegelijk is het niet te sterk afgelijnd zodat er experiment en beweging mogelijk is.

Begint dat beeld te verschijnen voor jullie op vlak van mogelijke toekomstbeelden voor toerisme?

Marianne: Voor mij is dat absoluut het beeld van de florerende bestemming: dat gaat nog een stuk verder dan duurzaamheid, het gaat over een bestemming waarbij alle stakeholders floreren. Ik geloof enorm in de kracht van zo’n formulering. Chené Swart zegt: een woord creëert een wereld. Florerend creëert een hele wereld. Het gaat over groeien en bloeien, en over alle betrokkenen in het geheel.

Elke: Het is ook krachtig omdat het aanzet tot bevragen: wat is florerend voor ons? Hoe heeft toerisme met ons te maken? Met het toerisme zoals het verworden is kunnen veel mensen lokaal zich niet meer identificeren, de afstand is te groot geworden. Terwijl reizigers of bezoekers oorspronkelijk net heel dicht bij je kwamen, ze logeerden in je huis, waren te gast aan je tafel. Als je florerend initieert ga je je afvragen: wat is bloeiend voor mij? Bij duurzaamheid denk je aan de handdoek die je niet op de grond gooit in het hotel maar nog een tweede dag gebruikt.

Wat sterk naar boven komt in de interviewreeks is dat het in de toekomst moet gaan over kleinschalig, gepersonaliseerd, op maat gemaakt… weg dus van de grote structuren zoals we ze kennen?

Marianne: Er zijn in ieder geval interessante bouwstenen geïntroduceerd voor het nieuwe en daarmee bevinden we ons eerder in het kleinschalige. Bushe kwam aanzetten met het generatieve beeld waar iedereen zich rond kan verbinden. Chené Swart bracht de notie ‘re-authoring’ op tafel: via verhalen terug eigenaarschap brengen bij mensen. Bijvoorbeeld bij mensen die werken in toerisme: verbondenheid brengen via verhalen zodat ze zich ten volle bewust worden waarom ze doen wat ze doen. In de fond kom je dan telkens op gastvrijheid uit. Dan gaat het inderdaad over kleine structuren. Dus ja: de rol van de overheid en van de grote spelers zal veranderen. Daar ben ik van overtuigd.

Elke: Ik zie er ook wel een slingerbeweging in. We zijn de kant van de standaardisatie opgeslingerd en nu keren we terug naar het kleinschalige. Of zoals Anna Pollock zegt: we keren terug van de toerist naar de reiziger. Dat laatste draagt veel meer een lading van actief ontdekken in zich. Wat heel positief is aan heel deze evolutie is dat er veel kansen zijn voor kleinere spelers. Dat zie je ook aan het verschijnen van allerlei start-ups, vandaag kan je meer dan ooit als kleine speler relevant zijn.

Triple win

Is dat iets waar we hier - meer dan elders - mee aan de slag kunnen, met dat kleinschalige?

Elke: Vlaanderen was sowieso al eerder een boetiek dan de Innovation waar iedereen welkom is en zijn gading vindt. Met dat beeld van een boetiek bedoel ik: voor specifieke groepen zijn we het walhalla. Voor cyclingfans bijvoorbeeld, met onze kasseistroken zijn we totaal uniek. We matchen ons aanbod met een bepaalde vraag, dus niet met eender welke vraag. We zetten geen grootschalige campagnes op maar werken gericht, bijvoorbeeld naar kunstliefhebbers en wielerliefhebbers toe. We zoeken dus niet de gemiddelde Rus die strandvertier zoekt maar de Rus die geïnteresseerd is in hedendaagse kunst.

Marianne: In die zin is het dus geen grote trendbreuk voor ons om kleinschaliger te werken.

Elke: Dat klopt. Met dit project willen we vooral het enorme potentieel aanboren dat er in Vlaanderen is.

Welk potentieel is dat?

Elke: We hebben bepaalde troeven waar we mee aan de slag kunnen. We deden een onderzoek naar het DNA van Vlamingen. Het resulteerde in een merkessentie van baanbrekend vakmanschap, iets dat gans Vlaanderen kenmerkt van ondernemingen over onderwijs tot cultuur en welzijn. Daaruit bleek dat de Vlaming een enorm sociaal wezen is, en dat Vlaanderen een sterk sociaal weefsel heeft, we hebben veel middenstand en een groot middenveld met allerlei kleine en grote verenigingen. Kijk bijvoorbeeld naar het festivalwezen. Nergens ter wereld zijn er zoveel muziekfestivals op zo’n kleine oppervlakte. Als wij met internationale pers spreken zijn ze verbijsterd over het feit dat wij festivals hebben voor rock, pop, electronica, metal, jazz, alles gewoon. Dat komt omdat wij zoveel vrijwilligers hebben die zich inzetten. Er is een passie om dingen te organiseren. En als het niet rendabel is gaan we wel sponsors zoeken. Dat is een vruchtbare bodem voor gastvrijheid.

Marianne: We hebben bijvoorbeeld ook een miljoen jongeren die in het jeugdwerk actief zijn.

Elke: Ook dat is inderdaad een enorme troef. Dat sociale zit in ons DNA. Het biedt dus veel mogelijkheden naar het idee van florerende bestemming toe. Dat laatste moeten we trouwens bekijken in twee richtingen: ook de toeristen kunnen iets betekenen in het lokaal sociaal weefsel.

Het doet me denken aan een wild idee dat uit een brainstormsessie van Toerisme Transformeert kwam: geef werknemers één betaalde verlofdag per maand waarin ze vanuit hun passie toeristen kunnen onthalen. Zo zorg je ervoor dat niet iedereen ondernemer moet worden, gastvrij zijn wordt opgenomen in het arbeidsstelsel. 

Marianne: Zo gek is dat niet als je weet hoe vooruitstrevend we in Europa zijn op het vlak van verlof- en vakantiestelsel. In 1906 voerden we de zondagsrust in en in 1936 het vakantiegeld. We liepen daarmee voorop in de wereld. 

Elke: Het idee dat het normaal is om met verlof te gaan is vandaag nog steeds iets dat ons meer typeert dan anderen. Ik las zopas nog een artikel over Amerikanen waaruit blijkt dat velen van hen niet reizen ook al hebben ze de financiële mogelijkheden, het is immers ‘not-done’ om niet op het werk te zijn. Reizen creëert er stress. Bij ons zit reizen of verlof nemen echt ingebakken in de cultuur.

Marianne, heb jij in jouw ‘departement’ nog lessen geleerd die interessant kunnen zijn voor de sector in het algemeen?

Marianne: (knikt) Dan denk ik aan de triple-win. Voorbij de win-win dus waarbij het idee is: ik doe iets voor jou, jij doet iets voor mij en we worden er beiden beter van. Jij leidt toeristen naar mij toe en ik heb een broodwinning door ze op te vangen. Maar als je een derde ‘win’ hebt waar je op samenwerkt, krijg je een zoveel krachtiger systeem. Als je de gastvrijheid van de bestemming mee in het plaatje brengt, groeit er iets extra dat overblijft. Als je bijvoorbeeld samenwerkt rond mensen die anders de weg niet vinden naar toerisme heb je een grotere win dan wanneer je puur voor een economische transactie samenwerkt. Er komen immers in de samenwerking ook mensen aan te pas die niet puur in de toeristische sector zitten. Er verschijnen begeleiders op het toneel en vrijwilligers. Het effect is breder en ruimer, meer mensen zijn betrokken.

Zou je dat als vorm kunnen vertalen naar het toerisme van de toekomst?

Marianne: Als we de bestemming ruimer bekijken dan enkel in termen van actoren die er geld aan verdienen, heb je al een extra win. Dat komt ineens de gemeenschap in beeld waar de activiteit zich afspeelt en die de activiteit in feite mogelijk maakt. Ook als inwoner van “mijn” stad, vind ik het belangrijk om interessante bezoekers te ontmoeten en niet enkel consumenten van ons erfgoed.

Reizen is verbinding maken

Een van de dingen die uit het traject naar boven komt is dat de bestemming een plek moet zijn die duurzaam en gezond is, niet alleen voor de bezoekers maar ook en vooral voor de bewoners.

Marianne: Dat is inderdaad niet meer dan normaal. Die scheiding is er gekomen nadat het toerisme exponentieel is beginnen groeien. Zoals Elke zegt: zolang er in termen van reiziger werd gedacht, was die welkom in iemands huis. Sinds de toerist een product is geworden, wordt hij ondergebracht in hotelketens en gaat hij eten in toeristenrestaurants waar geen lokale mensen gespot worden.

Elke: Dat soort dingen wordt vandaag nog steeds bestendigd. In Nieuw-Zeeland bijvoorbeeld is er zopas een aparte heffing ingevoerd voor toeristen. De hiking paden en hutten zijn voor buitenlandse toeristen veel duurder dan voor Australiërs en Nieuw-Zeelanders. Dat ruikt naar discriminatie en staat ver af van gastvrijheid. Ik begrijp waarom men het doet maar ik denk niet dat het de juiste aanpak is.

In steden als Barcelona waar overtoerisme een groot probleem is, wordt er ook met zulke maatregelen gewerkt om de stad voor een stuk terug te geven aan de lokale bevolking. Slecht idee?

Marianne: Ik denk niet dat dat een goed idee is, je krijgt toeristengetto’s waar niemand mee gebaat is.

Elke: En je komt niet meer in aanraking met de lokale bevolking wat toch de essentie van toerisme is. We zien dat ook in het onderzoek dat we gedaan hebben: het transformerende zit ‘m vaak in het contact met de lokale bewoners. Als je daaraan voorbij gaat, bestendig je het idee van toerisme als massaconsumptie, als iets dat je moet onder controle houden.

Hebben jullie al voorbeelden gezien waarbij er op een andere manier wordt gereageerd op ‘overtoerisme’?

Marianne: Dan moet ik meteen denken aan Vlieland, een eiland in Nederland waarbij men een toeristische aanpak heeft gemaakt met alle stakeholders samen. Ze zijn er vertrokken van de kracht van hun bestemming: de mensen komen naar hier voor de rust en het weidse uitzicht. Op basis daarvan hebben ze een maximumcapaciteit van bezoekers bepaald, dat is de capaciteit om een optimale ervaring te hebben. Er is wel gezorgd voor een divers aanbod, van campings en budgethotels tot meer luxueuze verblijven, maar de totale capaciteit wordt bewust laag gehouden. Zo blijft de essentie van de bestemming - rust, natuur, niet veel mensen - bewaard. Wat mij erg belangrijk lijkt is dat er niet wordt ingezet op één bepaald type van toeristen zoals men op sommige plekken van plan is, men kiest dan vaak alleen voor the rich and the famous, waar de bewoner geen voeling mee heeft. Met het oog op uitwisseling is het essentieel dat er een mix is.

Elke: Wat je in Barcelona ziet, is remediëring op een probleem. Wij willen niet vanuit een probleem vertrekken maar denken vanuit dat nieuwe tijdperk dat op ons af komt. Hoe kunnen we in dat nieuwe tijdperk iets doen met de kracht van toerisme waarbij de communities floreren? We willen focussen op het welzijn dat we willen creëren en minder op de economische impact.

Marianne: En dan gaat het eerder over uitwisseling, verdraagzaamheid en draagvlak creëren. Dat creëer je niet door toeristische luxe-getto’s te installeren.

Elke: Enige fierheid op het motto van Toerisme Vlaanderen is hier wel op zijn plaats. (glimlacht) Wij hebben altijd gezegd: we hebben een economische, symbolische én sociale doelstelling. Onze uitdaging naar de komende jaren toe is om het sociale nog veel meer te verweven in de kern van wat we doen. Tot nu toe bestonden die dingen zo’n beetje naast elkaar.

Marianne: Sowieso hebben we de focus al voor een stuk verlegd van problemen naar oplossingen. Met vakantieparticipatie bijvoorbeeld is onze focus niet om het probleem van armoede te benadrukken maar om de weldadige effecten van vakantie te brengen naar mensen die niet of weinig participeren. Op die manier breng je iets teweeg in het leven van mensen waardoor dingen kunnen in beweging komen op ruimere schaal. We werken bijvoorbeeld ook samen met organisaties in het buitenland. Zo delen we onze ervaring en inzichten met mensen in Schotland als het gaat over vakantie mogelijk maken voor mensen in armoede. We verruimen op die manier onze impact.

Elke: Er is ook het voorbeeld van Palau, een klein eiland in Oceanië, daar mag je het eiland pas op nadat je een contract hebt ondertekend waarop staat dat je geen afval zal veroorzaken, je engageert je om het eiland niet te vervuilen. Dat is een krachtig statement, toeristen verbinden er zich toe om zorg te dragen voor de plek die ze bezoeken. Tegelijk ontstaat er een verbinding tussen de bezoekers en de gastheer.

De VPRO kwam met een reportage ‘reizen is het nieuwe roken’ waarin toerisme vooral als boosdoener uit de verf kwam. Jullie zijn eerder optimistisch?

Marianne: Zeker! Het is een boeiende en gastvrije sector waarin veel beweging mogelijk is.

Elke: Wij willen geen deel zijn van dat negatieve beeld rond toerisme. Daarom zijn we teruggekeerd naar de essentie zoals we die ontdekt hebben in het luisteronderzoek. Ontmoeting, uitwisseling, gastvrijheid, dat is de oorspronkelijke kern van toerisme. Hoe kunnen wij met onze bestemming de condities scheppen zodat die essentiële beleving kan gewaarborgd worden?

Denken jullie dat de rol van de overheid moet veranderen hiervoor?

Marianne: ‘Ik denk dat we minder een focus moeten leggen op beheersen vanuit de overheid en meer op stimuleren. Ik was net nog in Kreta waar ik twee dorpjes bezocht, het een was kapot “getoerist” met overal horeca en reclamepanelen, in het andere was er geen reclame en waren alle huisjes op aangeven van de overheid in hetzelfde kleur als de berg op de achtergrond geschilderd. In dat dorpje kon je schoonheid ervaren.

De focus moet helemaal weg van het economische?

Elke: Helemaal zou ik niet zeggen. Wel is het zo dat er ook veel andere vlakken zijn waarop toerisme een verschil kan maken, vandaag wordt de focus te exclusief op het economische gelegd.

Is er tot slot nog een persoonlijk vakantiemoment dat jullie willen delen?

Elke: Ik ben gaan interrailen met mijn gezin twee jaar geleden en dat was een erg fijne ervaring. Europa is iets dat we vooral kennen als instituut en als iets dat ver van ons bed staat, maar door het te doorkruisen over land kreeg ik er een heel andere voeling mee. Er ontstond verbinding. Ik ontdekte ook het opwindende van het reizen zelf, het onderweg zijn was een krachtige ervaring.

Marianne: Ik moet denken aan één van mijn eerste grote reizen in Latijns-Amerika, dat was toevallig tijdens een WK voetbal. Ik kwam in een dorpje in Chili terecht en de mensen begonnen er met mij mee te supporteren in het voetbal omdat ik Belg was. Alles veranderde erdoor, ik werd opgenomen in de groep en moest nog twee dagen langer blijven omdat er nog een match was die samen beleefd moest worden. (lacht)

Eva De Groote in opdracht van 'Handelsreizigers in ideeën' in het kader van Toerisme Transformeert.

Lees meer interviews met experten in het kader van Toerisme Transformeert.